Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

zaterdag 14 december 2013

Promotie Esther Op de Beek over Evaluaties in de Nederlandse literaire dagbladkritiek,1955-2005

books wikimedia commons‘Populaire’ literatuur werd ook in 1955 gerecenseerd, van 'verzuilde' kritiek was nauwelijks sprake en aspecten als stijl en gelaagdheid blijven door de jaren heen dé criteria waarop romans beoordeeld worden. Esther Op de Beek promoveert op 15 januari aan de Radboud Universiteit op een onderzoek naar de literaire dagbladkritiek in Nederland 1955-2005.


Anders dan in voorgaande studies ging Op de Beek terug naar de recensieteksten zelf. Zij bestudeerde alle recensies van romans in vijf grote kranten (Algemeen dagbladNRC,Parool,TrouwVolkskrant) in zes peiljaren: 1955, 1965, 1975, 1985, 1995 en 2005. Ze onderzocht welke aspecten beoordeeld werden (zoals stijl, structuur, thema); en welke eigenschappen van die aspecten (zoals originaliteit, complexiteit, diepgang).

Verzuilde kritiek?

Ophef over schrijvers als Gerard Reve (die in 1966 een proces aan zijn broek kreeg wegens godslastering) en Jan Cremer (Ik, Jan Cremer leidde tot Kamervragen) doen anders vermoeden, maar zelfs in 1955 en 1965 schreven recensenten van de katholieke Volkskrant en de protestantseTrouw geen 'verzuilde kritieken', constateert Op de Beek. 'Zij bespraken wel meer boeken van katholieke of protestantse uitgevers, maar ook alles wat verder ter tafel kwam. En dan oordeelden ze niet opvallend moralistisch. Ook voor hen was stijl het belangrijkste criterium.' Van politiek engagement door critici was al helemaal geen sprake.

Invloed Merlyn

De werkwijze van het literaire tijdschrift Merlyn (1962-1966) zag Op de Beek vooral terug in 1985. 'Veel recensenten in dat jaar zijn academici die zijn opgeleid met de boodschap van Merlyn. De roman moest 'werkimmanent' beoordeeld worden, wat de auteur bedoelt of de lezer voelt doet er niet toe. In 1985 zie je dat samenhang en structuur dominante aspecten zijn in de recensies en dat de aandacht voor de auteur is afgenomen. In de Volkskrant zie je dat al in 1975, maar dat is geen wonder, want de belangrijkste recensent is daar dan Kees Fens, een van de oprichters van Merlyn.'

Hoe 'literair' is de kritiek

Tot slot onderzocht Op de Beek of er in de loop der jaren meer aandacht voor 'lagere literatuur' is gekomen en of boeken ook op minder 'literaire' criteria beoordeeld worden. Alleen in 1975 en 1985 was er minder aandacht voor populaire genres, ontdekte ze. 'Het is dus niet iets van de laatste tijd. In Trouw stonden in 1955 al dagelijks korte recensies van thrillers en pockets.'

Van de beoordelingscriteria is 'stijl' –bijvoorbeeld de treffendheid, originaliteit of het emotionele effect ervan - tussen 1955 en 2005 steeds het belangrijkst. 'Wel zie je dat literaire kwaliteit in de beginjaren vaker aan de auteur wordt toegeschreven – zo van: wat een knappe schrijver – en later eerder aan de vorm van het boek – dus meer: wat een knappe structuur. In alle peiljaren zijn daarbij eigenschappen als geloofwaardigheid, bescheidenheid en authenticiteit doorslaggevend.’

Korter, maar even kritisch

Op de Beek ontdekte iets opvallends over de lengte van literaire kritieken. Die waren in 1955 en 2005 op hun kortst en in 1985 op hun langst. Niettemin bevatten kortere recensies niet minder kritische beoordelingen. 'De langere stukken namen vooral meer ruimte voor samenvattingen van de roman.'

Data om te delen

Om haar onderzoek te kunnen uitvoeren, heeft Op de Beek met haar collega Yvette Linders (die in 2014 hoopt te promoveren) een database aangelegd van de 734 geanalyseerde kritieken. Veel van dat materiaal was nog niet gedigitaliseerd in beschikbare databases als Literom en LexisNexis. De nu aangelegde verzameling is – inclusief alle coderingen – in de toekomst voor andere onderzoekers beschikbaar.

Esther Op de Beek (Breda, 1979) studeerde Nederlandse Taal en Cultuur aan de Radboud Universiteit. In 2007 startte zij met haar promotieonderzoek binnen het NWO-project 'The Best Intentions. Literary Criticism in the Netherlands 1945-2005'. Op de Beek publiceerde onder meer in DW_B, Spiegel der Letteren en Tijdschrift voor Tijdschriftstudies. In november 2013 verscheen bij Uitgeverij De Bezige Bij een door haar bezorgde facsimile-uitgave van de poëziebijdragen van Cees Nooteboom voor het tijdschrift Avenue tussen 1976-1990. Momenteel werkt zij als aan de Radboud Universiteit en – via een uitwisselingsprogramma – aan de Universität Duisburg-Essen.

Esther Op de Beek, Een literair fenomeen van de eerste orde. Evaluaties in de Nederlandse literaire dagbladkritiek,1955-2005: een kwantitatieve en kwalitatieve analyse

Promotiedatum: woensdag 15 januari 2014, 14.30 uur, Radboud Universiteit Nijmegen
Promotoren: dhr prof. dr. J.H.Th. Joosten, dhr prof. dr. P.J.M.C. Schellens